Posttraumatische stress-stoornis (PTSS)

Een posttraumatische stress-stoornis (PTSS) is een angststoornis die kan ontstaan na het meemaken van een traumatische gebeurtenis. Tegenwoordig wordt erkend dat een bevalling ook als een traumatische gebeurtenis kan worden ervaren. PTSS na een bevalling, wordt gesteld wanneer aan alle criteria van de DSM V wordt voldaan, en komt voor bij ongeveer 1-3% van de vrouwen. Echter 22-40% van de vrouwen heeft symptomen van PTSS zonder aan alle criteria te voldoen. 

Risicofactoren

Er zijn verschillende risicofactoren die eraan kunnen bijdragen dat een bevalling als traumatisch ervaren wordt en mogelijk tot PTSS klachten leiden:

  1. Medisch verloop van de bevalling: bijvoorbeeld een kunstverlossing (vacuüm/tang), een spoedkeizersnede
  2. Ervaring van de bevalling: bijvoorbeeld weinig steun ervaren door de hulpverleners, weinig steun van de partner, gevoel van controleverlies, negatieve emoties, duur van de bevalling (kort of juist heel lang) of een zeer pijnlijke bevalling
  3. Psychosociale factoren: bijvoorbeeld een eerder trauma (met name seksueel misbruik/geweld), een depressie tijdens de zwangerschap, hevige angst voor de bevalling, niet goed met stress kunnen omgaan

Symptomen

Vrouwen met een posttraumatische stressstoornis na de zwangerschap en/of bevalling hebben last van symptomen die in de volgende groepen te verdelen zijn:

  1. Herbelevingen. Dit zijn onvrijwillige en opdringerige pijnlijke herinneringen aan de zwangerschap, bevalling of de start van het ouderschap. Deze kunnen vanuit het niets opkomen maar ook als reactie op prikkels vanuit de omgeving ontstaan. Bijvoorbeeld bij het zien van een bevalling op televisie, tijdens het voorbij rijden van het ziekenhuis of wanneer een geur doet denken aan de bevalling. Soms wordt iemand overspoeld door herbelevingen, soms komen ze in de vorm van nachtmerries en soms blijven ze een tijdje weg (tot een volgende zwangerschap bijvoorbeeld).
  2. Vermijding van prikkels die geassocieerd worden met de zwangerschap of bevalling. Dit kan vermijding of pogingen tot vermijding zijn aan pijnlijke herinneringen, gedachten of gevoelens hierover. Maar ook vermijding van aspecten die doen denken aan de zwangerschap of bevalling; zoals mensen, plaatsen, gesprekken, activiteiten, voorwerpen en situaties. Voorbeelden hiervan zijn niet willen praten over de zwangerschap of bevalling, geen foto's willen zien, niet bij anderen op kraambezoek gaan, niet meer zwanger durven worden, liever niet aan een naderende bevalling denken of niet meer naar de verloskundige praktijk of het ziekenhuis durven gaan voor controle. 
  3. Negatieve veranderingen in gedachten en stemming, gerelateerd aan de zwangerschap, bevalling of het ouderschap. Voorbeelden hiervan zijn negatieve overtuigingen als 'ik ben geen goede moeder/vader', 'ik heb niet goed voor mijn kind gezorgd', 'het verloop van de (moeizame) bevalling is mijn schuld' en 'ik ben geen echte vrouw omdat ik mijn kind niet zelf op de wereld heb kunnen zetten'. Deze overtuigingen gaan vaak gepaard met weinig zelfvertrouwen, schuldgevoelens, moeite om te genieten van dingen die je eerder wel leuk vond, angst, boosheid of schaamte. 
  4. Duidelijke veranderingen in activiteit en reactiviteit, die zijn begonnen na de zwangerschap of bevalling. Vrouwen kunnen bijvoorbeeld overmatig alert of waakzaam zijn over de gezondheid van hun baby, schrikachtig zijn, verhoogd prikkelbaar zijn of slaapproblemen hebben.

Als je 4 tot 6 weken na de bevalling nog steeds last hebt van (een deel van) deze klachten en dit invloed heeft op jouw dagelijkse functioneren, dan is het echt belangrijk om hulp in te schakelen! Praktijk Beresterk helpt je hier graag bij!